Mevrouw de Provincieraadsvoorzitter,
Gedeputeerden en collega’s provincieraadsleden,
Mijnheer de Gouverneur, Mijnheer de Provinciegriffier,

Het is zo ver, we hoorden het daarnet nog eens beklemtoond in het woord van de 1ste gedeputeerde: vanaf 1 januari 2018 is de afslanking van de Vlaamse provincies een feit. 2018 wordt het jaar waarin de provincies de hand aan de ploeg slaan onder een nieuwe constellatie. Het doek valt over de persoonsgebonden bevoegdheden en enkel de grondgebonden materies zijn ons deel.

Er is al veel inkt over deze evolutie gevloeid, maar nu is het tijd om de discussie achter ons te laten en aan de slag te gaan en de taken op het vlak van de grondgebonden bevoegdheden maximaal ten uitvoer te brengen. En daarbij zijn we wat betreft ‘cultuur’ content dat Vlaanderen de expertise van de provincie erkend heeft inzake onroerend erfgoed: die competentie en de erfgoedsite in Ename en Velzeke blijft bij ons.

Het nieuwe kader biedt voldoende opportuniteiten om als provincie een meerwaarde te creëren voor elke Oost-Vlaming.

Centraal in ons beleid staan nog steeds drie merkpijlers:

  • Innovatie, creativiteit en duurzaamheid

  • Beleid op maat - interbestuurlijke en gebiedsgerichte samenwerking

  • Toekomstgerichte organisatie.

Voor onze fractie mag daar ook participatie aan toegevoegd worden. De provincie kan slechts een succesvol beleid voeren als dit gebeurt in samenwerking met anderen: lokale besturen, burgers, ondernemers, kennisinstellingen en middenveld. De provincie, als regisseur, moet alle partners samenbrengen en hen mee laten schitteren.

Dit participatieve proces is een van de succesfactoren om onze doelstelling om in 2050 klimaatgezond te zijn te halen. Daarvoor willen we maximaal inzetten op de ondersteuning van lokale besturen bij het opstellen en uitvoeren van gemeentelijke klimaatplannen. Zij staan in de voorste linies om de provinciale klimaatdoelstellingen te halen.

De klimaatdoelstellingen krijgen ook een ruimtelijke vertaling. De ruimte voor water en groen staan nog steeds onder druk. Oost-Vlaanderen wil de natuur echter meer ruimte geven door onder andere de groenblauwe netwerken verder uit te bouwen. Zo versterken we in 2018 de ecologische structuren in het Denderland, de omgeving Leie – Schelde en de Maarkebeekvallei.

Een ander essentieel onderdeel in onze strijd voor een beter klimaat is energie. Hierbij zetten we als provincie zowel in op de duurzame productie als op een slimmer verbruik.

Met het project ‘Oost-Vlaanderen Energielandschap’ streven we ernaar om van de provincie één groot hernieuwbaar energielandschap te maken. Dit vraagt moedige keuzes in naam van het algemeen belang. Voor die keuzes moeten we een draagvlak creëren bij lokale besturen en bij inwoners. Hen van bij het begin bij projecten betrekken is de sleutel.

Ook op het vlak van energieverbruik of eerder de beperking ervan, zijn we als provincie ambitieus. Het Steunpunt Duurzaam Wonen en Bouwen helpt ons om bouwers en verbouwers aan te zetten tot duurzame keuzes. In 2018 wordt dan ook gekozen voor de verdere uitbouw van renovatieadvies aan huis en voor collectieve renovatieprojecten. Met subsidies voor energieambassadeurs ondersteunen we gemeenten, scholen en verenigingen om projecten op te zetten die bijdragen aan een heuse energietransitie. Zelf doen we ook onze duit in het zakje met duurzame investeringen in ons eigen patrimonium. De provincie heeft een belangrijke taakstelling op he vlak van verlenen van vergunningen. De implementatie van de omgevingsvergunning verliep na een eerder moeizame start, dan tocht vlot, mede dankzij onze competente medewerkers. Het toekennen van omgevingsvergunningen is ook een afwegingsproces tss economische en private belangen, landschap, milieu en klimaat …

Collega’s,

Dat we klimaatgezond willen zijn, betekent niet dat we als provincie geen oog hebben voor de economische ontwikkelingen of voor het land- en tuinbouwbeleid.

Een mooi voorbeeld op economisch vlak is de inspanningen die door de provincie geleverd worden in de ontwikkelingen in de twee Oost-Vlaamse zeehavengebieden. Ook daar staat samenwerking centraal, zij het dan op Europees niveau.

Ook het komende jaar zullen we blijven ijveren om kandidaat –investeerders aan te trekken en om de Oost-Vlaamse bedrijven die actief zijn op buitenlandse markten te ondersteunen.

Oost-Vlaamse ondernemers moeten vruchtbare bodem vinden om hun geesteskind te laten groeien. Als provincie kunnen we hier aan bijdragen door de juiste randvoorwaarden te scheppen. Een van die voorwaarden is alternatieve mobiliteit. We gaan verder met de aanleg van langeafstandsfietspaden als alternatief voor de woon-school- en woon-werkverplaatsingen en met het promoten van een gebiedsdekkend netwerk van trage wegen. Comfort en veiligheid moeten daarbij voorop staan. Dit ligt volledig in lijn met de campagne Koning Fiets die we een tijdje geleden vanuit CD&V lanceerden.

Deze fietsinfrastructuur moet zoveel mogelijk de ruggengraat vormen van de ruimtelijke ontwikkelingen. En hier raken we natuurlijk ook aan het domein wonen. Om rekening te houden met de sociologische en demografische evoluties, kiezen we er als provincie voor om nieuwe woonvormen op de juiste plaats te bouwen, ze te koppelen aan integrale stads- en wijkvernieuwing met een brede waaier aan bereikbare en toegankelijke voorzieningen, telkens met het oog op sociale cohesie en bereikbaarheid. En dit zowel voor stedelijk als plattelandsgebied.

Het plattelandsbeleid is een grondgebonden bevoegdheid, waarbij de focus ligt op een gebiedsgerichte en een geïntegreerde aanpak. De Provincie heeft een belangrijke rol als regisseur van een gebiedsgericht plattelandsbeleid met de land- en tuinbouw als belangrijkste economische drager van het platteland. Het gebiedsgerichte provinciale landschapsbeleid draagt bij tot het ontwikkelen van de diversiteit op het platteland. Ook het vergunningenbeleid draagt hiertoe bij. Bovendien is ruimte creeren voor de verdere ontwikkeling van een leefbare en multifunctionele landbouw een belangrijke opdracht voor de provincie Oost-Vlaanderen. De samenwerking tussen de sector land- en tuinbouw met toerisme, natuur en milieu op het provinciale niveau, versterkt het sector overschrijdende karakter van de land- en tuinbouw.

 

Geachte Voorzitter, Collega’s

De lijnen die de voorbije jaren en het komende jaar worden uitgezet zullen hopelijk doorgetrokken worden in een volgende legislatuur. De weg die is ingeslagen is de juiste. Het is een weg die leidt naar een duurzame provincie die klaar is voor de toekomst. Dit betekent niet dat we op onze lauweren kunnen rusten. Binnen onze nieuwe taakstelling zullen we de juiste keuzes moeten blijven maken en deze keuze ook naar de burger verantwoorden. Meer dan ooit zullen we als provincie moeten zeggen wat we doen en aantonen dat er wel degelijk een taak voor ons is weggelegd. Oost-Vlaanderen is de voorbije jaren een sterk merk gebleken, nu wordt het tijd voor Oost-Vlaanderen 2.0.

Bovendien kunnen we verder bouwen op een financieel gezonde structuur. De strikte beheersing van de recurrente uitgaven de voorbije jaren heeft de nodige ruimte gecreëerd om nieuwe initiatieven te nemen, extra middelen in te zetten en om de gevolgen van de afslanking van de provincies op te vangen.

Dat nieuwe project voor Oost-Vlaanderen zal echter met minder mensen gerealiseerd worden. Het aantal verkozenen zal gehalveerd worden na de komende provincieraadsverkiezingen op 14.10.2018. weliswaar met maar 3 kiesdistricten en 15,11 en 10 te verkiezen raadsleden. Bij sommige mensen leeft het idee dat het gedaan is met de provincies. Terwijl uit de ambitienota van de VVP en ons budget, de speech van de 1ste gedeputeerde en deze toespraak duidelijk blijkt dat er nog veel mogelijkheden zijn om te werken aan een leefbaar en beleefbaar Oost-Vlaanderen en zijn 1,5 miljoen inwoners. Goede communicatie om het ‘verscherpt profiel en taakstelling van de provincies’ onder de aandacht te brengen is zeer cruciaal, ook om invulling te geven aan het eerder bescheiden politiek mandaat als provincieraadslid. Ik hoop vooral dat, ook met de vernieuwde taakstelling, de provincie zijn rol als bovenlokaal beleidsniveau voor de gemeenten betekenisvol en ondersteunend blijvend kan opnemen.

Maar ook het aantal provinciale personeelsleden wordt ondertussen fel verminderd. Door de nieuwe taakstelling hebben velen de overstap moeten maken naar een lokale overheid of naar Vlaanderen. Dit ging niet altijd over rozen. De weg van verandering is niet altijd de gemakkelijkste.

Ik wens dan ook van de gelegenheid gebruik te maken om iedereen die de provincie verlaten heeft (of zal verlaten) te bedanken voor hun ongebreidelde inzet en enthousiasme. Dat we met Oost-Vlaanderen zo ver staan vandaag, is ook in grote mate aan hen te danken.

Tot slot, vanuit de Cd&V-fractie worden in het debat allerlei bijkomende vragen gesteld en tussenkomsten geformuleerd maar we zullen in woord en daad achter dit budget en de meerjarenplanning staan.

Annick Willems
Fractieleider CD&V provincieraad Oost-Vlaanderen

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.